Meditatie - September

Update: 4 september 2018
Nieuwe update: D.V. 9 oktober 2018

De verspieders heimelijk door Jozua uitgezonden

Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim, zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Jozua 2:1a

Het volk van Israël is gelegerd bij Sittim, de laatste pleisterplaats voor de intocht in het land der belofte. De plaats waar door de snode raad van Bileam getracht werd een breuk te slaan tussen de Heere en Zijn volk. Het volk van Israël ligt voor de Jordaan. Aan de andere kant ligt het land der belofte. Aan de andere kant van de Jordaan op enkele kilometers afstand ligt de sterke vestingstad Jericho. Jericho werd ook wel de sleutelstad genoemd. Wij vragen ons misschien af: waarom werd die stad de sleutelstad genoemd? Die stad werd de sleutelstad genoemd, omdat als die stad ingenomen was, dan het gehele land openlag. Daarom moest die stad ook als eerste genomen worden. Dat betekent dat de strijd weldra zal losbranden.
Jozua heeft twee mannen uitgezonden om het land heimelijk te verspieden. Hij zal ongetwijfeld teruggedacht hebben aan wat zo'n achtendertig jaar geleden is gebeurd. Toen werd hij immers zelf als één van de twaalf verspieders door Mozes uitgezonden. Wat was het toen anders, want het hele volk wist ervan dat er twaalf verspieders werden uitgezonden. Ze hebben ze nagestaard, toen ze heengingen om het land te verspieden en ze hebben ze ook opgewacht, toen ze terugkwamen. Nu weet alleen Jozua ervan af. Wij weten wel, dat er toen tien verspieders waren, die een kwaad gerucht hebben voortgebracht. Stel je voor, dat dat nu weer zou gebeuren, daarom mag het volk er niets van weten en worden ze in het geheim door Jozua uitgezonden met de opdracht: "Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho". Wij horen het, dat het vooral ging om Jericho.
Het zijn nu geen twaalf maar twee verspieders. Wij weten dat er toen tien waren, die een ongeloofsrapport hebben uitgebracht en dat het merendeel van het volk, daarmee instemde. En twee brachten een geloofsrapport uit, dat waren Jozua en Kaleb, in hen was de Geest van God. Wellicht heeft Jozua ook nu twee verspieders uitgezonden en geen twaalf.
Uit deze uitzending van de twee verspieders blijkt, dat Jozua er van zijn kant toe geroepen werd om alles te doen wat hij kon doen om het land te veroveren. Terwijl hij tegelijkertijd besefte , dat de Heere dat land aan Zijn volk zou geven. Ze zouden het immers als een erfdeel ontvangen uit de hand des Heeren. De Heere had echter niet gezegd hoe het allemaal zou moeten gaan. Daarom moet Jozua als de nieuwe aanvoerder van het volk van Israël naar eigen inzicht en verantwoordelijkheid handelen. Gods raad sluit het gebruik van de middelen niet uit, maar juist in. De Heere werkt over het algemeen gesproken middellijk. De Heere is niet aan de middelen gebonden, maar wij zijn door Hem wel aan de middelen gebonden en die hebben wij dan ook getrouw en in biddend opzien tot de Heere waar te nemen.
Jozua was dus beslist niet lijdelijk, maar door genade mocht hij werkzaam zijn. Zo is het nog in het leven van Gods kinderen. Het staat vast, dat ze eenmaal de zaligheid zullen beërven ook al kunnen zij dat meestal niet bekijken, dat kan de godsdienst trouwens wel, maar ze hebben toch hun zaligheid met vrezen en beven te werken, terwijl het toch God is, Die in hen werkt beiden het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Gods kinderen worden werkzaam gemaakt, maar die werkzaamheden zijn wel uit en door God. Die kunnen ze niet op hun eigen rekening zetten. Ons werk doet trouwens niet mee. Door ons werk trachten wij God van zijn eer te beroven. Daarom zijn onze werken naar het woord van de kerkvader Augustinus blinkende zonde voor God.
Jozua laat het land bespioneren, dat was een oude en beproefde tactiek bij de strijd. De taak om het land te verspieden was een zware opdracht. Want om in Jericho te komen, moesten ze de Jordaan oversteken. En in die tijd van het jaar was de Jordaan vol tot aan al haar oevers. De Jordaan was niet zo'n brede rivier. Zeker niet breder dan de Graafstroom. Het was dan een rustig voortkabbelende rivier. Dat was echter anders toen het volk van Israël de Jordaan over moest steken om het land der belofte in bezit te nemen. Het was toen een bruisende en kolkende watermassa, die niet zonder levensgevaar overgestoken kon worden. Daar kwam ook nog bij, dat die twee verspieders door de pronk van de Jordaan heen moesten en daar in de pronk van de Jordaan, dat is aan de oever van de Jordaan, daar waren tussen het dichte riet, de roofdieren. Daar huisden onder andere leeuwen. Het was dus bijzonder gevaarlijk om zich daar doorheen te gaan. Als ze die gevaren mochten overleven, dan was daar de stad Jericho zelf. De muren van die stad waren dik en hoog. Vanaf de muren van de stad zagen ze van verre de verspieders al aankomen. Nee, die twee mannen kregen een onmogelijke opdracht. Hoe zouden ze die ooit kunnen volvoeren. Hoe zullen ze ooit in Jericho komen.
Nu moeten wij niet vergeten, dat die twee mannen, niet zomaar de eerste de besten waren, ze waren immers door Jozua uitgekozen. En nu kan een mens zich zo gemakkelijk vergissen. Ook een kind van God kan zich vergissen. Jozua heeft zich echter niet vergist. Het waren twee mannen die de Heere mochten vrezen. Dat ze de Heere mochten vrezen komt later wel uit in de eerbiedige wijze waarop zij met Rachab spreken over de eed in de Naam des Heeren! Het waren mannen die door genade een gebedsleven mochten kennen. Hun namen zijn ons onbekend, maar ze zijn in de hemel wel bekend. God wist van deze mannen af en dat is toch het belangrijkste. Wij kunnen onder de mensen grote bekendheid genieten, maar wat geeft het ons als God ons niet kent?
Wat is het toch ook voor ons nodig om dat leven van die twee mannen, die door Jozua als verspieders werden uitgezonden door genade te leren kennen. Zij waren bedeeld met de tere vreze van Gods Naam. En waar de vreze des Heeren mag worden beoefend daar valt alle mensenvrees weg. Die twee verspieders zijn er niet beschaamd mee uitgekomen. De Heere heeft ze op een wonderlijke wijze bewaard in die vijandige stad. Als wij op onszelf of op andere mensen vertrouwen, dan komen wij beschaamd uit, maar als wij door genade op de Heere mogen vertrouwen, dan komen wij niet beschaamd uit. Dan komen wij wel beschaamd uit met onszelf, maar niet met de Heere.

Ds. B. Reinders


(bron: kerkbode september 2018 van HHG Graafstroom)
Ontwerp & Realisatie: Daniël Lock © 2009 - 2018 | Contact | Disclaimer | Sitemap | Zaterdag 20 oktober 2018