Meditatie - November

Update: 10 november 2022
Nieuwe update: D.V. 9 december 2022

Ananias, een stille in den lande

n.a.v. Handelingen 9: 10-18

Zomaar, midden in het eerste gedeelte van Handelingen 9, waarin ons de bekering van Saulus wordt vermeld, staat deze episode uit het leven van Ananias. Ervoor noch erna wordt zijn naam in de Bijbel genoemd. Maar toch, zonder hem zou Saulus nimmer Paulus geworden zijn. Het is de Heilige Geest, Die voor de bekering van zondaren, andere mensen gebruikt als een instrument in Zijn handen. Niet dat de Geest ons nodig heeft, maar wel omdat Hij anderen inschakelt in het werk der verlossing.

Ananias, wie was hij? We weten niet veel meer dan zijn naam en dat hij te Damaskus een discipel, dat is een leerling van Jezus was. Zijn naam is de Griekse vertaling van Hananja, wat betekent: de Heere is genadig. Als zodanig kan hij een jood in diaspora zijn geweest, maar het is ook best mogelijk, dat hij als heiden tot geloof is gekomen. Bij de doop ontving zo iemand een nieuwe naam. Wat wel overduidelijk is in datgene wat de Schrift ons over hem zegt, is dat hij de verborgen omgang met de Heere kent en dus een ware discipel van Jezus is. Zoals uit dit Schriftgedeelte blijkt heeft hij gehoord van de door het Sanhedrin gevolmachtigde Saulus, die, dreiging en moord blazende (vers 11) tegen de discipelen des Heeren, onderweg is naar Damaskus. Naar zijn plannen behoeft men niet te gissen, daarover kan de gemeente te Jeruzalem meepraten. Het was nood in de gemeente des Heeren te Damaskus en ongetwijfeld heeft men die nood aan de Heere voorgelegd. Wat een vreugde toen vernomen werd dat Christus Zelf was opgestaan tot de strijd en zijn haters wijd en zijd verjaagd , verstrooid had doen zuchten. Zeker is ook, dat er niet slechts verwondering, maar ook dankbaarheid in de harten der gelovigen was, dat God hun gebed verhoord had. Wij kunnen ons voorstellen dat de Naam des Heeren werd geloofd en geprezen, juist in de samenkomst der gemeente, voor deze grote weldaad hun bewezen.

En daar ineens de stem van de Heere en die onbegrijpelijke opdracht om naar die Rechte straat te gaan teneinde de duivel in de persoon van Saulus te ontmoeten. De reactie van Ananias is volkomen begrijpelijk en zijn gedachten die hij aan de Heere voorlegt, verklaarbaar. Echter, Gods gedachten zijn hoger dan de onze en ook Zijn wegen zijn voor ons niet na, laat staan voor te rekenen. Weet u, lezer, er valt nog iets op, namelijk dat bij al het goede dat van hem geschreven staat, hij vergeten was, dat hij ook zelf als een vijand door Christus een was opgezocht en als gevolg van Diens liefde een discipel van Jezus geworden was. Het Ananias, de Heere is genadig, vergeten we zo snel en gemakkelijk.

Wellicht meent u, dat Ananias toch wel een heel bijzonder christen was. Waarom denkt u dit? Omdat de Heere zo persoonlijk tot hem spreekt? Doet Hij dit tegen u dan niet? Elke zondag hoort u in de kerk Zijn stem, krijgt u Zijn belofte en ook Zijn opdracht mee om in Zijn dienst te gaan, te wandelen en te staan. Weliswaar heeft Ananias in het raadsplan van de Heere een bijzondere plaats, echter vergeet niet, dat God ook anno nu nog mensen roept in Zijn dienst en dat Hij de geroepenen wil gebruiken in Zijn Koninkrijk. Hoe dat gaat vraagt u. Wel, Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft, ook al doet Hij dat niet op dezelfde wijze als toen, maar ook nu roept de Heilige Geest nog middels de prediking tot het zich stellen in Zijn dienst.

Nog even naar Ananias. Hij gaat. Na aanvankelijk tegenstribbelen, heeft hij zijn weerstand opgegeven, ja, heeft hij het van Christus' liefde voor vijanden verloren. Wat bij zijn bezoek opvalt, is dat hij niet triomfantelijk binnenkomt, zo van: Dat had je niet gedacht hè? Waar blijf je nu met je moordplannen? Neen, geheel anders, want direct nadat hij de blinde ex-christenvervolger bij zijn naam heeft genoemd, zegt hij: Broeder! Ja maar, kan dat eigenlijk wel? Wij zouden zeggen: Laat het eerst maar eens een tijdje overwinteren en overzomeren voordat we in zo’n geweldenaar een broeder zien. Trouwens: het zeggen van "broeder" laten we graag over aan leden van de vrije groepen en aan hen die zich in de linkerzijde van de kerk thuis voelen. Het broeder zeggen tegen een medegelovige is bijna een uitzondering en een besmet gezegde geworden. Hoe dit zover kon komen? Zou de oorzaak niet liggen in het te weinig omgaan met de oudste Broeder, Die Zich niet heeft geschaamd om Zijn volgelingen "broeder" te noemen? Onze omgang met Hem heeft direct gevolgen voor de onderlinge verhoudingen in de kerk. Wat dat betreft kunnen we nog veel leren van Ananias, die hoewel geen grote in het Koninkrijk Gods, gebruikt is om dat Rijk, dat er nu al is in de harten van de gelovigen, uit te breiden. Zingt het reeds in u: Ik ben een vriend, ik ben een metgezel. Van allen die Uw Naam ootmoedig vrezen?

Ds. C. Oorschot (1933-2021)

(bron: kerkbode november 2022 van HHG Graafstroom)
Ontwerp & Realisatie: Daniël Lock © 2009 - 2022 | Contact | Disclaimer | Sitemap | Privacy verklaring | Dinsdag 29 november 2022